Wednesday, 18 March 2009

Laat Maar

Ze klimt in een toren. Vrijwillig. Niemand zegt dat ze het moet doen. Ze laat zich opsluiten: “Twee keer per dag water en brood en appels, wel nog graag een warme maaltijd, Jack,” zegt ze nog voordat de deur dichtgaat. Haar raam kan open en er is zonneschijn en een bos en vogels die ze kan volgen – alleen met haar ogen. Van de schemering wordt ze treurig, dus doet ze tijdig haar zware gordijnen dicht. Na het eten gaat ze nog even schrijven. Soms lezen, maar daar wordje ook vaak treurig van. Daarna legt ze zich neer op haar bed, vlak onder het raam.

Doornroosje sliep.

Naast haar lag een brief:

‘Niet wakker kussen.

Onder geen voorwaarde.

Ook niet na honderd jaar.’ 

“Doe geen moeite. Doe geen moeite,” zou ze gezegd hebben als hij haar in een onbewaakt ogenblik ontwaakt had gevonden. Maar ze slaapt. Daar heeft ze ervaring mee. Nu zegt de brief het. Laat maar. Ga maar. 

Wat zal ik doen? dacht de prins. Zal ik weggaan?

Of zal ik haar kussen en denken dat zij het niet zo bedoelt?

Ik ben zo moe, zo dodelijk vermoeid…

Ze kan hem horen ademhalen. Ze kan hem niet horen denken. Zou hij het denken? “Zal ik het doen?” Als hij het niet doet, zal hij het nooit weten. Ze hoort zijn voetstappen. Ze wijken.

Doornroosje gluurde door haar wimpers.

Met de grootst mogelijke moeite haalde ze langzaam

en regelmatig adem.

Ze zag de deur dichtgaan,

hoorde de treden van de trap –

zo moe, zo pijnlijk vermoeid, elke stap – 

Nu kan ze kijken. Voorzichtig, want hij moet haar wakker maken. Niet zijzelf, dat mag niet. “Keer om! Kijk dan!” Ze zegt het niet. Zal ze onrustig zijn? Omdraaien? Zuchten? Nee, dat kan niet. Hij heeft immers niets gedaan. Ze hoort hem gaan. 

en haar hart werd verscheurd.

– Op basis van “Doornroosje” – Toon Tellegen 

No comments:

Post a Comment